taal van verbeelding

Stilte

Stille kracht

 

alles

dat fluistering ver draagt

is stil

 

tilt

leven op

tot hoger plan

naar

’t diepste van de ziel

 

waar luister wacht

op het gezang

dat invalt bij

de eerste strofe

zo kracht

van stilte galmt

Wat schuil gaat

 

waarom zou ik jou nu jij

daar voor mij niets ligt te zijn

niet liefhebben

 

hier in dit licht dat

schijnt te zwijgen over

wie jij bent

 

licht dat kleur op kleur

met jou

een eenheid vormt

 

een eenheid die

gestalte krijgt in het

gehalte van de leegte

 

leegte waarin alleen je

ademhalen stil beweegt in

één ritmisch herhalen

 

adem die in de kom van het

geluid roerloos schuilgaat

in het voltooid geheim van zijn

 

waarom

waarom zou ik jou niet

liefhebben

 

 

 

Laantje 29-04-2018

Stilte

 

Jij stilte

 

ik weet niet waarom

maar ‘k ben met mijn

ogen dicht gaan liggen

toen jij mij naderde

mijn aderen trilden

stil aangeraakt - bewogen

 

misschien dacht ik dat het mij

dichter brengen zou

dichter bij wat niet te zien is

dichter bij herkennen

dichter bij jou

dichter dan ongekende trouw

 

misschien ben ik gaan liggen

om te wennen

aan de schoonheid

die binnenin je

buiten de tijd

besloten ligt

 

gaan liggen

omdat staan of zitten

zo banaal is

ten overstaan van jou

maar wil ik

wel ooit weer opstaan

 

 

Om niet

 

er is geen stilte stiller dan

wanneer de ziel

rusten wil in het genoeg

 

om niet

 

ja stiller dan het bloed

dat stilaan door verwonde

aderen ruist

 

om niet

 

misschien heft het water vanuit

de onophoudelijke bron

de stilste stilte op

 

om niet

 

vanwege het begin

dat eens begonnen

aan geen einde komt

 

om niet

Stemmen

 

strooi zeggen ze

en je zult oogsten

 

sta op je strepen zeggen ze

zodat je staande blijft

 

wees jezelf zeggen ze

wil niet lijken op een ander

 

wees liefde zeggen ze

onvoorwaardelijk

 

wees stil zeg ik

zodat ik me kan concentreren

Doorzoek de website

Contact

Gedichten - atelier 0641459847

t Proces van stil worden

 

wat zoek ik toch

zo dicht bij jou

hier in die

verboden tuin

 

zijn het de goden

die ik smekend

op wil roepen

of zoek ik toch mezelf

 

hier in deze gaarde

waar rijpe vrucht

zo licht het duister

raakt

 

intussen zeg je niets

en voed in mij de

onrust zodat ’t gericht

onthutsend hoogtij viert

 

zo de stilte

diep in mij tekeer gaat

nu jouw beeltenis

mij vaag voor ogen staat

 

wat zoek ik toch

de volle leegte soms

het niet weten

wat ik eerder wist

 

een woord misschien

een woord buiten de tijd

waarin de waarheid

schuilend kiemt

 

woord uit de holte

van je groeve

mij tegemoet

opdat ik zwijgend

 

moe van ’t zoeken

weet dat de morgen

blijven zal om als altijd

het leven te ontmoeten