taal van verbeelding

De nieuwe bundel is UIT!

 

 

Op 18 febr. 2017 heeft de presentatie van de bundel plaatsgevonden.

Het was een bijzondere middag met voordrachten uit de bundel en

met gitaar en zang van zoon en schoondochter.

 

Een door Jaco op muziek gezet gedicht ( zie hieronder )

klonk geweldig mooi in de tweestemmigheid van hun

stemmen. Ze kregen een verdiend applaus van het 62 koppige publiek.

 

Op de gedichten in de bundel kwamen en komen, veel positieve reacties.

 

De bundel is te bestellen via de uitgever www.aquazz.nl of via een berichtje

naar de auteur. Hiervoor kunt u terecht op de homepage van deze site.

 

Gedicht waarop door zoon Jaco is gecomponeerd.

 

Wie durft?

 

er ligt een hemel

ongeweten

op je tong te wroeten

een hemel wachtend

jou

 

er ligt een wereld

aan je voeten

een wereld aards

een wereld wachtend

jou

 

een hemel

bitter zoeter

blauwer dan het water

dat zich nipter

drinken laat

dan moeders borst

 

een wereld

aan je lendenen

een wereld vol met

schikgoden en

godinnen

een wereld bol

vol sluwe bende

 

er ligt een hemel

aan je schenen

gedoofd in vurig vuur

verduurt

voortdurend

het geleende

 

er ligt een wereld

aan je voeten

zou jij vrouw

jij kerel jij gekende

samen met mij

durven te weerstaan

 

de barricaden

op te gaan 

 

Enkele andere gedichten uit de bundel;

 

 

Buiten ons om

 

we zijn geboren uit de daad

van één tot twee geworden

vrouw en man man en vrouw

 

dragen sporen van

wat god heet zegt men

een god die niemand weet

 

geboren zijn we en

gewekt tot leven

dood is slechts een woord

 

een woord

dat grensoverschrijdend

gebezigd wordt als zijnde troost

 

en buiten ons gezichtsveld ligt

we zijn slechts voor

een tel geboren

 

geboren in een gedicht

waarvan het schrift

onleesbaar is

 

verdicht

 

 

 

In de ban van ‘t spel

 

een lichte siddering

trekt door de vorens

het ingezaaide wacht

 

zouden god en de goden

de akker welgezind zijn

 

het opgewekte kind

speelt vrolijk aan zijn randen

onwetend van de bakker en

 

het brood - de handen

die afhankelijk zijn

 

doch in de ban van ’t spel

beveelt zij moederlijk

dat er gegeten moet

 

De zeer gewaardeerde collega Schrijver/Dichter 

Karel Wellinghof schreef het onderstaande voorwoord.

 

 

 De ademhaling van de dichter

 

Wie dichten dromen vindt van een fictieve werkelijkheid, wordt door Laantje uit de droom van zijn vooroordeel gehaald. Hij produceert een onuitputtelijke stroom verzen, die uitmunten door werkelijkheidszin en een diep, sociaal bewogen verlangen naar het goede en rechtvaardige. Dit laatste wordt niet expliciet uitgesproken, maar al zijn verzen zijn ervan doordrenkt. Kritiek, weemoed, verlangen en bitterheid, staan tegenover de schoonheid van de natuur en een bestaan waarin ‘liefde niet de kans kreeg om te sterven’. Er is iets merkwaardigs met deze gedichten. Ze doen me enerzijds huiveren door de scherpe, navrante gevoelswaarneming en anderzijds geven ze me een gevoel dat wil uitreiken boven de moedeloze sfeer die zij soms oproepen.

 

Dat ‘willen uitreiken’ voel ik besloten liggen in de verzen zelf. Zij roepen dat op, door een sfeer of situatie te verdichten die ons zicht geeft op de puinhopen die wij aanrichten in deze wereld. Er tegenover staat de liefdevolle intimiteit die voelbaar wordt als hij met enkele korrelige regels zijn dierbaren beschrijft. Maar ook hier nooit zweverig of sentimenteel: ‘een mens van / vlees en bloed / die ons tot dwarse / liefde roept.’ En zo eindigt hij een winters gedicht: ‘de kleur / op onze wangen wit / van verlangen.’ En ‘Angst als held gezien’ dicht hij, waarmee hij de idiotie van onze verkeerd gepoolde menselijkheid blootlegt: ‘een geil verlangen naar / het eigen gelijk.’ 

 

Kennisnemend van deze onstuitbare productiviteit moet je wel tot de slotsom komen dat dichten voor Laantje een soort ademen is. Die ademhaling lijkt soms rauw, zonder enige franje. In deze verzen wordt ik als lezer geraakt door de gecomprimeerde bondigheid ervan, waarin zijn sociale bewogenheid een stem krijgt. Deze verzen hebben precies dat heldere en tegelijk onvatbare waaruit alle goede poëzie bestaat.

 

Karel Wellinghoff

 

 

 

De bundel begint met een "Klinkertje"

 

Klinkertje

 

Niets van het zijnde

is wat het lijkt

verborgenis

verbeeldt de waarheid.

 

 

 

Onderstaande tekst op de achterflap

geeft u enig inzicht aangaande de inhoud.

 

 

De gedichten in deze bundel van de dichter Laantje, pseudoniem  voor Piet Hardendood,

laten zich lezen als verbeeldende werkelijkheid die verborgen blijft.

De woorden die hij hierin schrijvende spreekt lijken door de taal zelf te worden ingehaald.

Verborgen rijm zorgt voor een vloeiend ritme en verrassende woordvondsten.

 

Zijn van huis uit christelijke opvoeding is onmiskenbaar aanwezig in zijn gedichten.

Echter in die zin dat wat ooit ‘aangeleerd ‘ is, nieuwe betekenis krijgt.

Hij verdicht daarbij god, tot een aanwezig geheim in een wereld, waar mensen lijken te falen.

 

Laantje schrijft bij regelmaat gedichtenreeksen, waarvan er ook een aantal opgenomen is in deze bundel. Uniek is de reeks van 22 gedichten die betrekking heeft op de ‘ Veertigdagentijd ‘

Ook is er onder andere nog een reeks opgenomen geïnspireerd op de ‘ Tien Woorden ‘

 

 

Is uw/jouw interesse zodanig gewekt dat je tot aanschaf van deze bundel wilt overgaan, dan is voorinschrijving via deze site mogelijk.

Dit kan door middel van het contactformulier welke je vindt in de middelste kolom op deze pagina .

Vermeld daar in welke uitvoering je de bundel wilt hebben en ik neem contact op.

 

Indien het redelijk in de buurt is wordt de bundel door mij persoonlijk bezorgd.

Een Paperback uitvoering kost; € 12,95

En uitvoering met harde kaft     € 19,95

 

Woord schept beeld en het beeld Woord

Welkom op Gedichten-Atelier  

 
 
Op al het hier getoonde is het auteursrecht van toepassing!
 
 
 
Nieuwste gedichten
 

Holland 2017

 

dit land

ons land voor de

gewone man

een weids begrip

 

de brede rivieren

de uiterwaarden

als overloop voor

trage daden

 

dit land

ons land

heeft zijn – te dwalen -

oneindigheid verloren

 

lijkt de centrale strijd

om groen groener

groenst verloren

dit land met

 

kolen op zijn hoofd

dit land ons land

de populieren ze

zijn er nog doch

 

wat welig tiert zijn

formulieren papieren

letterknechten een niet

moet ze maar hechten

 

in het lange zomerlandschap

van formeren zijn

boerderijen schaars

vee stapels groot

 

hangt torenklok

in klein verband tussen

de glazen flats die

transparantie zwijgen

 

dit land

ons land

alsof het zijn droom

verloren heeft

 

schoven niet meer

worden opgetast

en tijd vooruitgeschoven

ons in tweeën splijt

 

 

Laantje (Piet Hardendood)

 

parodie op 'denkend aan Holland'

van Marsman

 

 

 
 

Kind toch (10 slot)

 

de vraag is niet meer

waar jij blijft

immers daar komt een

eind aan

 

de vraag is eerder

waarom wij blijven vragen

waarom

we kijken zijn verleerd

want steeds al

was je daar waar

onze boog zijn grenzen

spanden ons oog ziende

blind

 

ja onze nachten ze zijn

vol dwanggedachten

gefocust op de

eentoonszang

van duister en het licht

alsof dat onderscheid

aan ons is

 

maar jij kind jij

jij komt klein en groot

in het midden van

de tijd

 

vind ons

waar wij niet zijn

 

 

Laantje 11-12-2017

 

 
 
 
 

Kind toch (9)

 

en toch

toch komt er een nacht

die is

zijn zal

als de lach van

haar die dor was

 

een nacht

ooit eerder al geweest

en komende zei het

stotterend maar vol

van woord en klank

dromend dat duister

aan het licht zal komen

in een nachtgezicht

dat op jou lijkt kind

kind van

het allereerst begin

 

een nacht waarin

al het wachten luisterrijk

gestalte krijgt

doch uit zal wijken naar

een plaats waar het brood

vroeg in de morgen

rijzen zal

 
 
 
 
 

Kind toch (8)

 

nu schemer van de twijfel

deze nacht die komt

een kans geeft

nog eens opsomt hoe

levenstocht tussen

begin en einde

een lans breekt voor

het kleine

 

verwachting

gerechtvaardigd lijkt dat

het kind van licht plots

barenswaardig is en toch

het blijft nog uit

 

wordt er plaats gezocht

door hen die uitgestoten zijn

een plaats die plaats zou

kunnen bieden aan het

wonder van de pijn

al hoorde ik laatst nog

iemand zeggen dat

het land al vol is

 

niets om je bij neer te leggen

 

 

laantje 09-12-2017

 
 
 
 
 

Kind toch (7)

 

nog gaan zij

die jou dragen de tocht

terwijl de

laatste bladeren vallen

 

er zijn er die

misschien wel uit beleefdheid

vragen

of het wel gaat

tel daarbij op dat

Konings wil ook wet is en

registratie plicht dit

bij het feit dat de

reputatie van het duister

anti - licht is – mijn god -

hoezo

zou wat bij voorbaat

is ontluistert zichtbaar

tevoorschijn komen

 

doch leer ons in geduld

te blijven wonen

in een hart dat stil verdraagt

de pijn van wachten

waar wonden etterend

dromen die ons schrijnend

overkomen tot genezend

medicijn

 

 

Laantje 08-12-2017

 
 
 
 
 

Kind toch (6)

 

nog is ons

verlangend wachten

niet beloond de tijd

woont deze dagen

aanwijsbaar in

een kartonnen doos

straks zullen zij die

uit het oosten komen jou

in die omgeving zoeken

 

maar nu kort na het

heilig klinkend

bonne bonne bonne

leven wij nog steeds

als zij die vluchtend jou

moet dragen

tussen de stoet van

hoop en vrees

 

plukt tijd de vruchten

van de reeds kale bomen

en legt ze neer op schalen

van de rijkdom waar

meer dan voldoende

plaats is

 

 

Laantje 06-12-2017

 
 
 
 
 

Kind toch (5)

 

eerder liep je

schaduw hier al rond

zelfs meerdere

doch

jij bent nog niet anders

dan barensluw

aanwezig

 

de dagen ondertussen

zij krimpen langzaam

onder het

binnendringen van

laag gesponnen licht om

listig stil je komst

te sussen

 

alsof de faam die

door de tijd

in silhouetten jou

vooruitgegaan is

is in te perken

ach kind kom

mens onder mensen

kom sterker dan ons

intens verlangen zijn kan

 

 

 

Laantje 06-12-2017

 

 

Kind toch (4)

 

steeds sterker wordt het

godsgerucht over

jouw komende verschijning

waarin jij hemelhoog

ontvlucht de rijmverbinding

met het

aards gekroonde kind

 

straks zal je zeggen dat je

wel bij ons wonen wilt

maar dan als zwerver

één met de verschoppelingen

 

in die zin is de tijd één lange

ademtocht met op de tong

het hijgend vocht van blijvend

onrecht en lijkt ons wachten

op jouw komst op het verhaal

waarin een duif na lang geduld

ons een groene twijg toont

als teken van een nieuwe tijd

 

 

 

Laantje 05-12-2017

 

 
 
 
 

Kind toch (3)

 

geruchten over je komst

ze gaan al langer rond

al tijden gonst je

naam in het zuchten van

de woorden waarin jouw

zijn zich als akkoorden vormt

in een eindeloos refrein

 

zo werkt het toch

aanstekelijk het uitspreken

van hoop in een verborgen

schoot gedragen

 

het zou de vragen moeten

stillen van ons

ongebreideld willen

ons doen leren wachten op

wat groei vermag tijdens

het dagen van geduld

 

moeten stillen ons onaflatend

maakbaarheidsgehalte dat

gevuld geen barensnood meer kent

opdat jouw kwetsbare gestalte

als nieuwe loot ons leven

binnenkomen kan

 

 

Laantje 03-12-2017

 
 
 
 
 

Kind toch (2)

 

je wordt al

zolang gezocht zolang

dat er een optocht is ontstaan

van hen die je niet vinden

 

ze gaan

daar waar men de weg niet kent

verdwaalt geraakt tussen

veel tinten wit en zwart

 

daar waar men

de geesten tart alsof jij

waarin je taalt de zin van

je geheim prijs zou geven

 

doch daar waar jij

onvindbaar als een vis wegschiet

en uiteindelijk verwacht wordt

daar zijn wij niet

 

 

laantje 27-11-2017

 
 
 
 

Kind toch (1)

 

jij houdt je twijfelachtig

in verhalen schuil

 

schuil in het

zachte licht van tijdsgewricht

waar vallend licht een tuil met

bloemen schikt in kleuren

van de schemering

 

je houdt je schuil in

scheutse schoten van een

o zo oud verlangen in

het geheimvol zwanger dicht

in harten die bevangen zijn

van angst

 

hoe lang nog zal je schuilen

hoe lang nog

voor de hoop bewaarheid

wordt

 

 

laantje 26-11-2017

 
 
 

Onafwendbaar

 

het is windstil vandaag

niets raast er

geen taal op blad

daalt neer

geen stem meer

die water

in beweging zet

geen zucht die ijle

lucht doet rillen

 

het is windstil

oren beminnen hier

wat ogen zien

maar toch het

 

is het onmiskenbaar

herfst

verwerft de tijd vandaag

zich enig uitstel aan

het onafwendbaar

doodse dat slechts in

cirkels van de kringloop

sterft

 

 

Laantje 24-11-2017

 
 
 
 
 

Zoals zij kookt

 

zij heeft zachtjes het

vuur aangestoken

nabij de schenen

 

dit is het uur waarnaar ze

heeft gesmacht

straks komt hij

 

de kamer is nog niet op

temperatuur ze dekt de

ramen toe met de plissés

 

er wordt een sleutel

omgedraaid

 

in haar onderbuik ontstaat

een lichte wee ze beweegt

haar negligé valt even open

 

vluchtig wordt er gekust

aan tafel aangeschoven

ze vraagt hem rustig

 

waar ie geweest is

terwijl het vuur lustig

wat knispert

 

ze weet het wel maar

ze houdt van listen

van het avontuur

 

een schielijk handgebaar

legt onbewust

iets bloot hij staart

 

het eten smaakt wat

bitter zo kookt ze nu altijd

als ze zich uitslooft

 

 

 

 

Verslaving

 

kon hij maar ontwijken

 

laten het reiken naar

maar dan zou er

geen blijken meer zijn

geen neigen naar

 

doch er wordt onophoudelijk

naar hem gezocht

schouder aan schouder

of uit de losse pols

 

hij weet dat hij niet

vluchten kan

ook niet nu hij ouder wordt

geen enkel woord

geen zuchten helpt men

spoort hem altijd wel weer op

 

men weet – het zit hem in zijn lijf

die tweestrijd

 

 
 

Reacties

Geen commentaar gevonden.

Contacteer mij

Doorzoek de website

Contact

Gedichten - atelier 0641459847

Nieuwste gedichten

 

Veelzeggend mime (3)

 

tonen

ze zoeken grond onder

voeten in een ruimte die

zich gewonnen moet geven

aan waan van de dag

daar

 

waar alles perfect moet

geregeld

van komen tot aan gaan zelfs

het glaasje gedronken in

avond en het bewegen in

ochtend het

 

hoorde bij alle geluiden

gelinkt aan verleiding in

de moeite van het

dagelijks bestaan

 

ja het leven verlinkte

bij het rondzingen

van tonen dat stress

dat soort dingen pas

verstaan worden in

stilte

 

o mijn god

wie doet er open

wie doet er dicht

wie schept er orde zodat

wij geloven in de mime van

uw zwijgen opdat

wij eens weer het licht

kunnen tillen dat

nu hijgend

te zwaar is geworden

 

 

laantje 20-11-2017

 

 

 

 

Veelzeggend mime (2)

 

er worden tonen gezet in

onbeschreven toonladders

alsof een leegte zich vult

met klanken die vals de

stilte wilde verhullen

 

toen kwam zij wervelend

binnen in het pleit

van de twijfel

vermande zich en

maakte het waar maar

wat ze niet wist ze had

 

de klanken gemist van

de gitaar bespeelt door

vingers die meesterlijk

dansten als kansen

die een nieuw leven

beginnen

 

 

laantje 20-11-2017

 

 

 

 

Veelzeggend mime (1)

 

binnen het geluid van muziek

vallen spelden van stilte

 

het kruit verschoten

in een wereld vol van

lawaai

ijlde nog na in

 

het stilleven van doden

al het aangeleerde zwijgen

werd daarin afgeserveerd

 

 

laantje 20-11-2017

 

 

 

 

 

Manipulatie

 

telkens als ze

daar geweest is

ruikt ze

likt ze haar vinger

 

ze leest gezichten

ze speelt met haar

gedachten een zee

vol van genot

 

soms kan ze niet

wachten gaat haar

herinnering

terug naar het strand

 

de kastelen

het strelen hand over

hand

toen al

 

ze is een meester

in het verzetten van

zinnen

in lettergrepen

 

verkleedt ze zich

naakt als degene die

het script schrijft zo

een ieder verleidt

 

zich bloot te geven

 

 

 

laantje 19-11-2017

 

 

 

 

Het lied van de zee

 

ze beweegt als de deining van zee

bijna hoor je haar ruisen

 

een fluisterwind roept je bij zinnen

je scoort nog net haar silhouet

om de hoek waar je zoekt kort

te beminnen legt het poortje

van vroeger de herinnering bloot

 

je moet je haasten op tijd zijn

het werk wacht zoals torenklok

eenmaal per week

je weet de preek nog maar toch zij

is niet even – niet uit het oog uit het hart

 

ze is meer maar hoe zeg je dat

als zij hooggehakt met je gevoel

speelt jij het wel weet

diep van binnen maar de spin heeft je

allang gevangen in zijn rag

 

je schiet het kantoor in

haar profiel weerspiegelt veelbetekenend

in het venster van kringloop je baas kijkt

verstoord op zijn strenge horloge zijn

blik doet je geloven dat het ernst is

 

mijn god hoe kom je hieruit immers

er is geen wiel uitgevonden om

liefde die op verdriet uit doet lopen

te remmen en open kaart spelen kwetst

wat een gedoe – de ziel van die ander

 

je collega's kennen haar naam

nog niet eens als ze langs lopen

klik je haar snel – ferm als je bent -

van het scherm waar het wissen

zich beperkt tot één vingerbeweging

 

de dag verstrijkt in automatismen

klokslag vijf want je wilt haar

niet missen sta je je jas dicht te

ritsen tot aan de spanning hoog

in je keel

 

maar deze keer blijkt er geen

glimp op te vangen

waar is ze - waar is ze – en je komt

thuis waar zij die al jaren

met jou in één huis woont

 

de tafel gedekt heeft en de kaarsen

ontstoken een plaat ouderwets

van vinyl opgezet – krast aan de randen

van je ziel nu het lied van de zee klinkt

 

 

 

Laantje 18-11-2017

 

 

 

 

Da Capo al Fine

 

de hartslag van vroeger is verdwenen

in de muziek van toen

klinkt bonkend het beatgeluid

nog na in je onderbuik

lonkend naar een andere toekomst

 

het vreemde is dat

herinnering niet ontluikt

zolang het laatje dichtblijft

klinkt er geen ritme

in de gang van je stappen

 

vindt je ondanks je bidden

slechts heelhuids de brokken

van wat zich in loop van de tijd

bij herhaling tot aan het

bereikte grijs heeft afgespeeld

 

de liefde gedeeld op de dansvloer

het andere huis de

kinderen op trotse rotsen gebaard

en dood om de hoek zo

hinderlijk mooi soms

 

ligt klassieke muziek van heden

plots voor je voeten en sta je erop

maar dat geeft niet want het

staat toch op een stickie

dus het wrikt niet meteen maar

 

het zal hoe dan ook

moeten worden gespeeld

zo hard dat alles weer

langs komt alles wat ongemeen

je hartslag in stukken verdeelt

 

desnoods – immers het scheelt niet

dans je op krukken

 

laantje 11-11-2017

 

( Betekenis in muziektermen van Da Capo al Fine = Vanaf het begin tot het einde 

 

 

 

 

 

Bril

 

iedere morgen

kom je me onder ogen

kijk me onbewogen aan

 

in een handomdraai ben je

een deel van mijn gezicht

en mis je niks meer

van mijn dag

 

iedere lach

iedere traan

alles wat door mijn mond

naar binnen gaat naar

 

wie ik staar of

wie ik kus

mijn gaan naar ginds

mijn opgelopen wond

 

 

niets blijft

voor jou verborgen

maar 's avonds als ik mij

neervlij kijk je me glazig aan

 

 

laantje 13-11-2017

 

 

 

Ademnood

 

we durven niet

durven het niet te laten

jou niet uit te putten

 

we slaan gaten in je huid

we zuigen je volledig uit

we kappen niet met kappen

 

we snappen dat het niet kan

maar toch

we doen het bang voor

 

voor wat eigenlijk dat wij

in koor geen koning kraaien

ons graaien armen tekort komt

 

alsof we ooit daarmee

ook maar iets hebben gewonnen

kom nou

 

eens ver voor de tijd van ooit

in de beginne

waar sprake was van zegen

 

wij nog in koor bij zinnen waren

adem haalden op grond van

het vertrouwen

 

toen durfden wij het nog

ons vast te houden aan

jouw woord

 

 

Laantje 04-11-2017

 

 

 

 

Eindeloos

 

kortstondig we zijn

uit kluwen schaduwen

gemaakt

 

aangeraakt dan weer

van god en mens

verlaten

 

mondig zijn we doch

in een plots moment

van spreken stokt

 

ons ademhalen

bij het talen naar

wat onbereikbaar is

 

wordt ons stappen

struikelen vanaf eerste

geboorte snik waar

 

bij het baren onze naam

al ingeslikt wordt

wanneer men hem roept

 

blijken we al doof

door doodsheid

ingefluisterd

 

alles wat luistert staat

op het punt zich neer

te leggen in

 

het duister van de

schoot die aarde heet

zo zijn we slechts

 

voor even voor elkaar

bedoeld in alle dagen

van ons leven

 

als

geliefden die van geen

einde weten

 

 

Laantje 10-11-2017

 

 

 

Alleen

 

gelaten voel je je vanaf

je kruin tot aan je navel

je gedachten zijn als

het schuim van bier

dat doodslaat

 

alsof niemand meer

met je wil proosten

 

doch zo zegt een zachte

stem nadrukkelijk je

moet sterk zijn

sterk als het glas dat

alleen op tafel staat

 

ach ja jouw taal het lijkt

er sprekend op dat

men die niet verstaat

tenzij je lotsdronken

je eigen ego overstijgt

 

zoiets als in het bronverhaal

waarin door één de beker

leeggedronken werd

 

 

Laantje 29-10-2017

 

 

 

Twee werelden

 

normaliter behoeft slaap

alleen je adem

alles mag verder rusten

 

immers de nacht

hij legt bij dat

waarin drukte van de dag

zich makkelijk vergiste en

zijn duister vergewist zich

van het ruisen van stilte

 

nee de slaap behoeft

uitsluitend je adem

omringd door je lippen

het is één en al genade

 

adem die rust

in de schoot van je buik

in gaat en weer uit

zo zacht als de op

en neergaande boezem

van de vrouw die zo

vertrouwt naast je ligt

 

die adem

ooit je eerste bewegen

je eerste schreeuwen

kondigde je leven aan

je eerste woorden daarna

alsof de vogels dansten

zoals groen op een

eerste voorjaarstak

en de velen woorden

die nog volgden

ze behoren potdorie toe aan

de dag

 

doch de slaap die normaliter

niet meer dan

je rustige adem behoeft

komt tekort want je zijn in

de nacht is weerbarstig

de krassen opgelopen

in de wereld van dag

ze spelen je parten

 

alsof die twee

niet met elkaar stroken

 

 

Laantje 03-11-2017

 

 

 

 

 

Momenten

 

op momenten vind je je

jeugd terug

 

slenterend door de straat

waar je in woonde

nog weet je je struikelen in

de struiken van je driften

 

of aan het strand waar

zeewater de

geul vol deed lopen

gegraven door vader omdat jij

onwetend van wat was

je hand overspeelde

 

of wanneer je

je zoon ziet trappen op

een ouwe fiets die

aan de jouwe doet denken

vanwege het licht dat kapot is

 

of als je in de spiegel

je moeder herkent met ogen

blauwer dan het zoetig lied

kon bezingen

 

evenzo in die momenten

waar de tijd vol was van

heiligheid als je bedenkt

dat god hoorbaar was

in het ruisen van wolken

 

al die momenten ze

drijven voorbij op je

kabbelende gedachten

van nu die

 

je jeugd voorbij zijn

de straat niet meer kent

de struiken niet

die zee niet

je vader niet meer

dan uitsluitend herinnering

en je zoon anders dan

toen jij zoon was en

je moeder niet

die heiligheid niet

die god niet meer zo

 

die momenten ze komen

steeds dichterbij bij het

plot van de dood

 

Laantje 03-11-2017

 

 

 

Zonder titel

 

zou jij

mijn schrijfblok willen zijn

mijn papier waarop ik

mijn zinnen spel op de

door mij beminde lijnen

 

zou je

zou je het echt

het vergt immers

immens geduld

 

zou je willen wachten op

het vloeien van mijn pen

als strofen broeiende

ontstaan

uit louter ongeloof

uit taal waarvan ik

het bestaan niet kon

vermoeden

 

zou je

zou jij het draagvlak willen

zijn van mijn verwoede

pogingen te schrijven

datgene waarvoor ik

geen opschrift kan bedenken

 

 

zou je

in mijn wereld van vermoeden

kunnen leven

een wereld waar woorden

uit passie zoeken naar

poëzie 

 

Laantje 1-11-2017

 

 

 

Het leven gevierd

 

gevierd is er

zeven dagen

lang zullen ze leven

 

gevierd hebben ze

zij tweeën – hun leven

door het delen van de tijd

 

een leven achter zich verdicht

tot momenten van herinnering

samen met die hen lief zijn

 

zeven dagen met

zachte kanten soms wat harder

ze zijn gevierd

 

de kinderen wat hebben ze gelachen

de dagen zeven

ze zaten vol met leven

 

ze gaven ons een beeld

hoe we de toekomst

mogen delen en het huis

 

waar wij tijdelijk woonden

onderkomen voor het feest het

was in de geest van onze dromen

 

 

Laantje 29-10-2017

 

 

 

 

Door de tijd heen

 

ooit op hoop van liefde

voegden zij zich samen

 

immers kon het meer dan dat zijn

sterk genoeg

 

ze trokken op

dagelijks

 

brood nodig voor kindermonden

vier uiteindelijk

 

met regelmaat was

sleur ook metgezel en

 

gold god opgeteld

als meerwaarde

 

er werd gewerkt – hard

gehandeld in tapijten en gordijnen

 

en aan de zijlijn (on) bedoeld getart

de god die mammon heet

 

dan eens bond de liefde in of

kwam bloeiend op uit eerdere pijnen

 

zo dubbel kan het zijn

 

intussen na 45 jaar is het waar

gebleken dat

 

de hoop zich neergevlijd heeft

tussen lussen van wat liefde heten mag

 

 

 

 

Dwalend

 

afgedwaald van oer

verkleuren zij tot

aan het doodse

 

nu voert de wind hen

naast het pad waar

vanaf het allereerst begin

afstamming blijft staan

als hoop op betere tijden

 

is leven het verglijden

van de lichtval die

de facetten van wat

kringloop heet

dicht in alle openheid

 

het is aan ons

of wij daar

oog voor hebben

 

 

Laantje 16-10-2017

 

 

 

Nog eens jij

 

jij die alles bent

geweest

wat nog moet komen

 

gewend geraakt

aan grote woorden

aan daden klein begonnen

aan wonderen in

kiem gesmoord

 

jij die overal wil zijn

in lijkwaden

in bruidskledij

in radeloze pijn

in woordeloze heelheid

 

jij die in veelvoud wordt

benoemd

bezongen

bedwongen en als

voldongen feit wordt

vrij gegeven

 

jij die zich vinden laat

dichtbij

bij haar

bij hen

bij mij

bij rijken en

bij goot verslijkten

veraf in een ogen blik verdwaald

maar nooit uit zicht raakt

en onverwacht in een moment

nabij bent

 

jij die in taal huist

daarin woning vindt

in woorden als

de eerste en

de laatste

in zinnen die licht beminnen

in onderstrepingen van stilte

in leestekens waar je als

levende bent neergeschreven

even onzegbaar als je naam

 

 

 

Laantje 16-10-2017

 

 

 

 

Somberheid

 

deze dagen ze zijn grijs

zwaar gesluierd is de ochtend

de wind als kruier van de tijd

wringt zich in bochten om

wat klaarheid aan te dragen

 

deze dagen ze bewegen zich

in niemandsland nergens water

lege stranden en ergens aan

de overkant staan zij

die niet meer zwaaien

 

deze dagen waarin de herfst al

kaler is dan het blad wat nog aan

bomen hangt alsof wat sterft te

vroeg is voor de doodsklok te laat

voor de schop die al aan 't graven is

 

deze dagen die ondanks het korten

langer duren dan het moment waarop

kleuren de kim verlokken om te branden

deze dagen ze hebben geen

handen en geen voeten

 

terwijl ze vragen om lichtvoetigheid

om uren waarvan het licht aan draden

hangt schijnt uit kieren van de wolkenbrij

deze dagen welgeteld zijn het er vier

stroken niet met

 

het tijdsbeeld

het verhaal dat Pasen heet

 

 

Laantje 13-10-2017

 

 

 

Nachtleven

 

slapen

ze kan het niet

de nacht hangt zwaar

aan donker vensterglas

 

ze staat daar

lang al

stil verzonken

staart ze in het niets

 

alleen haar wil slaapt

dromend over iets

wat niet meer is

gedachteloos

 

beweegt ze haar arm

ze vouwt haar vingers

tot een broos

bestaan

 

toen hing hij daar

de nachtzwaluw

zwevend vlak boven

de palm van haar

 

opgeheven hand

zou hij het zijn

met wie ze ooit

het leven deelde

 

 

Laantje d.d. 07-10 -2017

 

 

Bij een schilderij van

Aart van Hees

getoond tijdens de

Open Atelier route 2017

 

 

Dit verblijf hier

 

ik ben hier en

het is bij geluk dat

het is zoals het is

 

het licht valt licht verrukt en

zacht naar binnen zo zacht

als licht kan zijn alsof

het niet stuk kan zo

 

lacht ze naar mij

ja dat

 

hoe zou ik hier

anders willen

kunnen zijn als

zij er niet was en

dan dat licht door

de omrande ruit waar

uitzicht wonderlijk

schoon is

het er zomaar is zonder

enige inbreng mijnerzijds

 

hoe

hoe zou ik hier

anders willen zijn nu

zij mijn thee mengt met

wat honing zoals

gewenst en gewend

liefdevol aangereikt

 

hoe hier anders

als zelfs de tijd

onregelmatig op tijd is

ja dat

 

hoe zou ik hier

anders kunnen zijn

hier waar lelies

bloeien aan de wand

jaar in jaar uit

droog staan van

eenvoud in het groeiende

besef dat het

niet anders kan

 

hoe zou ik

anders oud willen worden

ik zou het bij god niet weten

nu we eten uit de schaal

waaruit liefde

als een wonder geurt en

steeds weer anders

naar gewoonte is gekruid 

 

 

 

Dwalend

 

afgedwaald van oer

verkleuren zij tot

aan het doodse

 

nu voert de wind hen

naast het pad waar

vanaf het allereerst begin

afstamming blijft staan

als hoop op betere tijden

 

is leven het verglijden

van de lichtval die

de facetten van wat

kringloop heet

dicht in alle openheid

 

het is aan ons

of wij daar

oog voor hebben

 

 

 

Voordat de zee kwam

 

dat jaar

waarin de hangmat

slaapplaats was

de nacht aan touwen hing

de ochtend met

stemverheffing werd gewekt en

het appel met de gepoetste

koperen bel werd ingezet

 

dat jaar

waarin het dek geschrobd werd

glad als moeders laken thuis

we als gekken klommen

in het steile want en onze

voeten planten op de ra

van beloftevolle landen

 

dat jaar

waarin thuis voor het eerst

ver weg was en de wereld

in het zicht kwam als een

glazen bol waarin

het echte zeemansleven

golven hoog als razende

werd uitgemeten

 

dat jaar

waarin geleerd werd hoe

de vlag ervoor stond hoe

knopen in een touw gelegd

goed toegepast

geen doekjes wond om

toekomstig zeemanschap

 

dat jaar

in een onbedacht moment

weggevlucht van thuis

ik ben er

wijzer van geworden

maar anders dan

ik dacht

 

 

 

 

Verward

 

waarom

waarom zou je

een weg gaan

 

maakt het iets uit

links of rechts

hoog of laag

 

springen of de

gestage tred

van lijfsbehoud

 

waarom

waarom zou je

dit leven nog leven in

 

deze wereld zo oud

als de tijd

voeten gekregen heeft

 

waarin stilstaan stilaan

geen optie meer is

waarom gaan – om de leegte

 

van bron te verdoezelen

waarom

waarom zou je bestaan

 

nu blijkt

dat rijken en armen

experts maar ook leken

 

in hun karma

verdwalen zoals ook

de wijze en dwaze

 

waarom als deze wereld

vol is van delende ego's

met ogen op stelen

 

waarom

waarom zou je

je nog wagen aan

 

het amechtige leven

nu je adem te hoog

in je borst zit nu

 

wit en zwart

zwart en wit het palet

mengen tot één kleur grijs

 

waarom nu je bent

wat je was nooit

geweest wie je zijn wou

 

waarom nu niemand

je meer kent

ook jijzelf niet en

 

ik met mijn taal

welke woorden verdicht

ja ook ik

 

geen licht voor je zijn kan

wond voor jouw pijn

traan voor verdriet niet

 

omdat ook mijn zinnen

met die leegte vol chaos

niets kunnen beginnen

 

misschien zit er

niets anders op dan

samen ons

 

te bezinnen of er een

weg is die wegen

beschrijft

 

nee niet zonder obstakels

maar richtinggevend

woorden aanreikt

 

die voor ons beiden nu en hier

spelbaar zijn desnoods op

regen bestendig papier

 

 

 

Was zij maar hier

 

het licht

dwaalde vandaag

doelloos rond

in schrale mist

 

de velden liggen stil

te wachten in

een bont verleden

 

verder heeft herfst

ons nog

weinig te vertellen

 

wel vallen er ongetelde

druppels van de

takken op de al

natte bladerdeken

 

was zij maar hier zij

die met enkele

streken verf

 

een dichter

onuitputtelijk

aan het schrijven zet

 

 

 

Over liefde gesproken

 

misschien

moeten we het nog eens over

liefde hebben

over wat uit de ziel opkomt

 

over het zaad dat in

de goede aarde viel

of valt

naast goed en kwaad

 

misschien nog eens

maar het onderwerp

het doet tekort het

zo te noemen - want

 

het is zo teer als

het spreken over god

zo teer als de

terts tussen twee tonen

 

de liefde ach zij ligt

misschien wel achterover

in het gras en staart

daar met gesloten ogen

 

naar het binnenst van

het ego met het besef

dat liefde daar gezaaid

verwaait als blad in herfst

 

naar streken van de dood

waar liefde nooit en nimmer

sterft omdat zij gave is

gift zonder te weten

 

 

 

 

Achter het duin

 

achter het duin weet ik jou

jij die de tijd verdeeld in

eb en vloed

 

jij die een schuimkraag rollend neerlegt

op het glad geschoren strand

ja ik weet je kan je horen

 

je ruisen is als een struise vrouw

in klederdracht die het Musee

uitlacht de tijd voorbij

 

jij die nooit oud wordt

jezelf geen spiegel voorhoudt

al ben je dan eens ruw dan glad

 

ja ik weet jou als de meeuwen die

vleugel wiekend jou bespieden

zeetuin die dagelijks voedsel geeft

 

ja ik weet je hier achter het duin

 

 

 

Driften

 

opnieuw

dienen ze zich aan

 

de driftbuien waarin

het water schuilgaat

nu nog is het

doordringend stil maar

ergens diep ondergronds

zuig je je kracht

naar boven

 

geloven zullen ze

geloven dat jij het bent

 

je bereidt je voor

je vult je longen

doordrongen van

je macht en

je weet ze zullen vluchten

nog voordat jij

je werkelijk meldt

 

 

het enige dat telt

ben jij 

 

 

 

 

Pen

 

je beweegt niet

geen woord vloeit uit je

 

je leeft momenteel de dood

een hand moet jou

tot leven wekken

iemand die weet heeft van

een band met het papier

maar

 

je ligt hier

schijnbaar zomaar

in de la van het geduld totdat

je uit je huls gedrukt wordt

en jij de lijnen vult

met

 

wat

door jou niet is bedacht

 

 

Laantje 06-09-2017

 

 

 

Dressoir

 

afgepaste ruimte

binnen het raster van

een ingesleten interieur

 

verbindingselement

tussen het vertrouwde

en opgeborgen emotie

 

feedback voor

dagelijks gebruik en

sluimerende negotie

ingedeeld in vakjes

met beperkte ruimte

 

je staat daar

vanzelfsprekend zwijgend

draagt

lasten licht en zwaarder

gaat open en weer dicht

ja deur en lade zijn

 

toegang tot wat sleur heet

 

 

 

Zee

 

reeds met de eerste

golfopslag was ik verkocht

 

verknocht aan jouw

verblauwde ruisen

op z'n zachts gezegd ook

aan het fluisteren van je

zoutschorre stem bij

het neerdolven van

woeste golven

op het strand van

mijn bestaan en

 

zoals je dralend opzwelt

op gezette tijden

bij de zwaartekracht

van maan

bescheiden je weer

terugtrekt richting

gewaagde horizon

 

je pracht ten toon spreidt

in de volle breedte

van het leven en altijd

zijn zal

water – water

woest en vredig